Geluid

Over geluid en geluidsdruk bestaan tal van misvattingen - en die worden vaak in ons nadeel uitgelegd. In het onderstaande artikel, Geluidsmetingen sancties, wordt tot in detail uitgelegd hoe motorgeluid gemeten wordt en wat er gebeurt als je te veel geluid produceert. Vooraf een korte inleiding:  

Rijdende meting
Nieuwe motoren worden alleen goedgekeurd voor gebruik op de weg als ze bij een rijdend uitgevoerde test niet meer dan 80 dB produceren. Dat is een Europese regel. Maakt een motor meer geluid, dan komt hij de weg niet op. 

Statische meting
Die rijdende of dynamische meting is knap lastig uit te voeren en dus ongeschikt voor geluidscontroles onderweg. Daarom wordt er bij goedgekeurde motoren ook een statische meting uitgevoerd. Daarbij wordt het uitlaatgeluid vlak bij de uitlaten gemeten, bij een per merk en type vastgesteld toerental. De bij die meting vastgestelde waarde komt in het kentekenregister te staan en wordt ook vermeld op het typeplaatje van je motor. Dit aantal dB's moet je zien als een controlegetal. Produceert je motor bij een controle meer dB's, dan zal hij bij de rijdend uitgevoerde ook luider klinken dan de toegestane 80 dB. Het resultaat? Een bekeuring of een verbod om verder te rijden.

Statisch luider dan dynamisch
Bij de dynamische meting wordt het geluid op 7,5 meter afstand gemeten. Bij de statische meting staat de microfoon op 50 cm van je uitlaat. Logisch dat die laatste waarde dus altijd hoger ligt. Een motor die keurig aan de wettelijke eis van 80 dB voldoet kan statisch makkelijk 95 dB of meer produceren. Vermeld het kentekenregister geen dB-waarde en geen toerental voor de meting, dan hangt de maximale geluidsproductie bij deze test af van de cilnderinhoud. Bij een 350 cc motor is dat 95 dB; bij een 1000 of zwaarder 106 dB. Het gehanteerde toerental hangt af van het bouwjaar en het motortype. Motoren van voor 1960 worden gemeten bij 2.000 toeren; motoren vanaf 1960 bij 4.000 toeren. Voor tweetaktmotoren is dat respectievelijk 2.250 en 4.500 toeren.

Auto's en motoren
Voor motoren is de wettelijke grens bij de dynamische test 80 dB. Voor auto's ligt die iets lager, op 74 dB. Een vooral door tegenstanders van motorgeluid veelgemaakte fout is dat ze de dynamische 74 dB van een auto vergelijken met de statische geluidsproductie van een motor, en dan bij voorkeur met die hierboven genoemde 106 dB. Onterecht, natuurlijk!  


Hugo Pinksterboer

juni 2020
______________________________________________________________________________________________________

GELUIDSMETINGEN EN SANCTIES
Wegverkeer is de belangrijkste bron van geluidhinder in Nederland, gevolgd door buren en vliegverkeer. Binnen de groep van wegverkeer veroorzaken brommers de meeste ernstige hinder. Brommers staan op de eerste plaats in de top tien van meest hinderlijke geluidsbronnen, gevolgd door motorfietsen en vrachtauto's. Klachten over geluidsoverlast leiden tot regelmatige geluidscontroles door de politie en ook wij motorrijders komen daarbij aan de beurt. Er blijkt toch nog veel onduidelijkheid te bestaan over de geluidsmetingen en over de gevolgen bij het overschrijden van de wettelijke limiet. Politieman en motorrijder Henk Nijenhuis ontving de MAG op het politiebureau in Arnhem en deelde zijn kennis.

Statische meting
Bij politiecontroles langs de openbare weg wordt een zogenaamde 'statische' geluidsmeting uitgevoerd. Hierbij wordt elektronisch het toerental gemeten en er wordt er een microfoon geplaatst op een afstand van 50 cm van de uitlaatmond, onder een hoek van 45 graden, met een toegestane maximale afwijking van 10 graden. Vervolgens wordt er een sensor op de bougiekabel geplaatst, of als die kabel niet te bereiken is wordt een sensor gebruikt die naast de motorfiets wordt geplaatst en in staat is de elektrische pulsen van de bobine op te vangen en op die manier het toerental van de motor kan registreren. Voor ieder motortype is een toerental vastgesteld waarop moet worden gemeten en voor ieder type geldt een andere geluidsnorm. De controlerende politieagent kan dit toerental opvragen uit de voertuiggegevens van de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW). Het toerental wordt ingetoetst op de draagbare computer en vervolgens wordt het gas van de motorfiets drie keer achtereen zover opengedraaid tot de computer aangeeft dat het juiste toerental is bereikt. Er wordt drie keer gemeten en de hoogste waarde geldt als definitieve metingsuitslag. De uitslag van de meting komt op een keurig 'kassabonnetje' uit de computer.

Dynamische meting
Vanaf het moment dat door de RDW bij keuringen van nieuwe motoren ook de emissienorm geluid wordt gemeten, wordt gebruik gemaakt van de testbaan van de RDW in Lelystad. Hier is een vast proefterrein uitgezet om de motor rijdend, dus 'dynamisch' te meten. De motor rijdt tussen twee op 15 meter afstand van elkaar geplaatste microfoons door. Aanrijsnelheid is 50 km per uur. Tien meter voor de microfoons wordt vol gas gegeven; tien meter na de microfoons gaat het gas dicht. Bij deze meting mag de waarde van 80 dB(A) niet overschreden worden. Dit is vastgelegd in Europese regelgeving.

Referentiewaarde
Vanaf 1982 is de RDW ten behoeve van de statische meting (de meting langs de weg) aan de betreffende motor een referentiewaarde en een toerental gaan afgeven en archiveren. Deze gegevens worden in lijsten van het kentekenregister verwerkt. Omdat bij de statische meting de afstand tussen microfoon en uitlaat maar 50 cm is, wordt deze waarde altijd hoger dan de norm van 80 dB(A) van de dynamische meting. Ook wordt rekening gehouden met onder andere de cilinderinhoud en bouw van de betreffende motorfiets. Begrijpelijk wordt nu misschien ook dat in de lijsten van de vele merken en types motoren ook verschillende referentiewaarden voorkomen. Van de merken en types met een bouwjaar van voor 1982 is niet altijd een referentiewaarde aanwezig voor de statische meting. Wel heeft de RDW een lijst met ervaringswaarden vastgesteld, waarin bijvoorbeeld is gesteld dat een motor met een cilinderinhoud van meer dan 1000 cc bij een statische meting maximaal 106 dB(A) mag voortbrengen. Logisch, want ook al hebben oudere motoren een goede uitlaat, ze kunnen niet altijd voldoen aan de moderne eisen.

Bij veel motoren is het tegestane geluidsniveau én het aantal toeren waarop moet worden gemeten, te vinden op het zogenaamde VIN-plaatje (Vehicle Identification Number) dat op het frame van de motor bevestigd is (zie foto).

Even afrekenen
Bij politiecontroles worden geen dynamische maar uitsluitend statische metingen uitgevoerd. Mag jouw motor bij het op het typeplaatje opgegeven toerental 90 dB produceren en wordt er 92 dB gemeten, dan gebeurt er niets. Is de overschrijding 3 dB, dan kost je dat 280 euro. Produceert je motor 94 dB of meer, dan gaat de rekening omhoog naar 420 euro. Mocht er veel meer aan de hand zijn, dan kan de politie per direct de RDW opdracht geven om je een Verbod voor rijden op de weg op te leggen. Je mag dan pas verder rijden als je motor bij diezelfde RWD opnieuw gekeurd is.


Zonder controle
Maak je onnodig geluid, bijvoorbeeld door voor het verkeerslicht je gas flink open te trekken of een burnout te maken, dan kun je ook zonder geluidsmeting bekeurd worden: je tikt dan 390 euro af.

De theorie
De sterkte van geluid wordt uitgedrukt in decibel (dB). Het menselijk gehoor neemt midden- en hoge tonen beter waar dan lage en zeer hoge tonen van eenzelfde sterkte. Deze selectieve gevoeligheid van het gehoor wordt gecorrigeerd door het toepassen van een zogenaamd 'A-filter' in de meetapparatuur. De geluidssterkte wordt dan uitgedrukt in dB(A). Omdat de luchttrillingen bij harde geluiden vele miljoenen malen heviger zijn dan bij zachte, is de decibel een logaritmische verhoudingswaarde in plaats van een rechtlijnige maat. Je mag twee waarden dus niet zomaar bij elkaar optellen. Twee motoren met een geluidsniveau van 80 dB(A) produceren gezamenlijk geen 160 dB(A), maar 83 dB(A). Dat betekent dus ook dat een motor die 80 decibel mag produceren, maar er in werkelijkheid 83 produceert, eigenlijk het geluid van twee van die motoren voortbrengt. Dat geluid wordt slechts als 'iets luider' ervaren. Voor een verdubbeling van de geluidsdruk - wat ervaren wordt als 'twee keer zo luid' - is tien keer zoveel energie nodig: tien motoren die elk 80 dB produceren, geven samen 10 dB. Die 10 dB extra wordt ervaren als twee keer zo luid.

Tekst & foto's: Wim Taal
Datum publicatie: onbekend.
Aanpassingen: Hugo Pinksterboer, juni 2020